SBBLD

in het donker met een muts op

Deze tekst verscheen eerder in 2010 in mijn boek ‘Achter een paar mooie hardloopbillen’.

Dat eerste hoofdstuk komt diezelfde avond al. Hoewel, hoofdstuk? Een inleiding misschien? Maar zoals een oude wijsheid luidt: “The journey of a thousand miles begins with a single step!”

Op internet zoek ik die dag naar informatie voor beginners. Die vind ik uiteraard. Het internet staat er vol mee. Magazines, loopclubjes, aanbieders van hardloopproducten: ze hebben vrijwel allemaal schema’s online staan. De een nog fraaier dan de ander. Alleen merk ik dat ik daar niet zoveel zin in heb. Ik heb op dit moment helemaal geen behoefte om mij aan een strak schema te houden en mij te verdiepen in alle vaktermen en afkortingen. Zo eigenwijs als ik ben, leg ik alle schema’s dus naast mij neer. Ook het advies om je eerst medisch te laten testen als je de 40 nadert en niet veel aan sport heb gedaan neem ik voor kennisgeving aan. Nee, ik doe het wel op mijn eigen manier. De nieuwe schoenen hebben de hele middag op het dressoir gestaan, maar nu moet er toch echt iets gebeuren. Maar no way, dat ik mijzelf buiten openlijk voor gek ga zetten. Dus wacht ik tot het donker is.

Het is eind januari dus aan het begin van de avond kan ik van start. Ik begeef mij voorzichtig naar boven. In mijn kledingkast vind ik ergens diep onderin nog een oud joggingpak. Op zich ziet het er nog prima uit. Tja, weinig gebruikt. Ik doe de hagelwitte schoenen aan en ga rustig staan. Ik bekijk mijzelf in de spiegel en barst bijna in lachen uit. Ik in joggingpak en sportschoenen. Mijn vrouw en zoon weten ook niet wat ze zien en zij onderdrukken een lach wanneer ik beneden kom. De schemering buiten is overigens nog niet voldoende om mijn anonimiteit te garanderen. Dus doe ik een muts op. Het is nog net geen bivakmuts. Als laatste nog een paar handschoenen. Stel je voor dat ik het koud krijg. Dan stap ik – volledig incognito – parmantig naar de voordeur. De thuisblijvers gaan in de deuropening staan om mij uit te zwaaien. Op hun gezicht lees ik twijfel. Gaat hij het echt doen? Een laatste blik op de klok en daar ga ik.

Rustig loop ik oprit af. Een laatste twijfel slaat toe. Is het niet te koud om te sporten? Weet ik het wel zeker? Ben ik wel fit genoeg? Voel ik toch niet ergens een pijntje? Kan ik niet beter morgen starten? Ook op het gezicht van mijn vrouw zie ik nog steeds twijfel. Alsof ze overweegt de deur maar op een kiertje te laten. De warmte binnen lonkt. Maar ik moet denken aan een artikel dat ik ooit las over de Spaceshuttle. Die verbruikt de eerste minuten van de lancering de meeste energie. Dit om los te komen van de vertrouwde aarde en haar aantrekkingskracht. Zodra die fase voorbij is gaat het allemaal veel makkelijker en kost het minder kracht. Het is een vergelijking die ik ook gebruik bij het coachen van mensen als het om veranderingen gaat. Veel mensen houden niet van veranderingen of het maken van keuzes. Dat brengt risico’s en verantwoordelijkheden met zich mee. Daarom kiezen mensen vaak voor de makkelijkste weg en blijven hangen in bestaande, vertrouwde patronen. Zelfs als ze eigenlijk weten dat iets anders beter zou zijn. Vaak wordt daarbij niet beseft dat ‘niet kiezen’ ook een keuze is. Het vraagt dan ook wilskracht om veranderingen in gang te zetten. Zeker als het om jezelf gaat. Ergens in jezelf moet de ‘ja’ nog harder gaan klinken dan de ‘nee’. Ik kijk nog heel even om naar huis. Maar dan zet ik door en trotseer de aantrekkingskracht.

Ik begin rustig en besluit in eerste instantie maar eens stevig te gaan wandelen. Zo kan mijn lichaam wennen aan de inspanning. De afstand naar het einde van de straat is toch zeker 300 meter, schat ik in. Aan het einde maar even stretchen. Dat heb ik ooit ergens gehoord. Als een echte prof begin ik te rekken, bukken en draaien, terwijl voetgangers, fietsers en auto’s voorbij komen. Daarbij vermijd ik nadrukkelijk elk oogcontact. Hoewel herkenning in deze vermomming al vrijwel onmogelijk is. Dan ga ik rustig verder. Ik sla linksaf. Toch zeker weer een meter of 500 tot het einde. De eerste zweetdruppels glijden onder mijn muts langs mijn slapen en nek. Ook mijn bovenrug is inmiddels nat. Aan het einde van deze straat weer linksaf. Rond het hele blok. Weer zo’n halve kilometer, schat ik. Hé, dat is positief. Ik denk nu al in termen van kilometers.

Na een minuut of twintig voel ik het zweet over mijn hoofd en lichaam glijden, waarbij de dikke laag kleding zeker een rol speelt. Hart en longen zijn merkbaar actief. Het huis komt echter al weer in zicht. Hoewel, eigenlijk is het nooit echt uit zicht geweest. Dan word ik opeens stoer. Zal ik proberen een stukje rustig te joggen, vraag ik mij af. Een klein stukje? Ja? Nee? Ja! Toch ja! Langzaam versnel ik mijn pas. Het wandelen gaat over in joggen. Hart en longen gaan direct te keer. Maar ik doe het toch. Even doorzetten, tot het einde van deze straat. Dit vraagt wilskracht. Het is niet meer dan 200 meter, maar het voelt als een marathon en ik ben blij wanneer ik weer kan wandelen. Hoewel, ‘blij’ is niet het juiste woord. Ik voel mij als een kampioen! De Shuttle heeft zich los van de aarde gemaakt en de ruimte bereikt. Jarenlang heb ik niet gesport, maar hier loop ik dan zwetend en hijgend over straat. Een beetje zoals de beroemde scene in ‘Rocky’, als Sylvester Stallone bovenaan de trappen zijn handen in de lucht steekt. Ook kleding en muts komen trouwens overeen. Alleen zijn mijn schoenen natuurlijk mooier. Dan word ik echt een vent. Er borrelt namelijk een nog wildere gedachte bij mij op. Zal ik nog een stukje joggen? Hoewel, ik moet natuurlijk ook niet overdrijven of overmoedig worden. Maar ja, ik ben wel in een ‘winning mood’. Dus nog een stukje? Ja, ik doe het. Ik versnel wederom de pas en loop nogmaals een stukje ‘hard’. Hart en longen gaan wederom tekeer en protesteren heftig. Alsof ze gillen: “Doe even normaal, man!” Het zweet stroomt inmiddels over mijn lichaam. Mijn wintermuts wordt zwaar van de transpiratie, houdt op met absorberen en gaat uithangen voor mijn ogen. Dan vind ik het voor die eerste keer wel voldoende. Wat zeg ik? Ruim voldoende! Langzaam maar zeker krijg ik een grote glimlach op mijn gezicht. Als ik zo thuis kom, heb ik er toch zeker wel een half uurtje opzitten. Dertig minuten gesport! Ik! Plus – misschien wel het belangrijkste gevoel voor deze eerste keer – dat ik voel dat ik nog verder zou kunnen.

Even later wandel ik rustig onze straat weer in. Net iets langzamer dan nodig. De buren mogen mij nu wel zien. Mijn vrouw en zoon staan al wachtend voor het raam. Voordat ik de kans krijg om aan te bellen gaat de deur al weer open. Badend in het zweet stap ik naar binnen. Ik word ontvangen alsof ik weken op reis ben geweest en ze er niet zeker van waren mij ooit weer levend terug te zullen zien. Ik moet vertellen hoe het was! Waar ik ben geweest! Wat ik allemaal heb meegemaakt! “Hoe voel je je” wordt er gevraagd. “Kunnen we iets voor je doen?” Trots, stoer, maar in alle eerlijkheid natuurlijk ook bekaf, plof ik op de bank neer. Klaar om alle ervaringen in geuren en kleuren te vertellen. Dat doe ik dan uiteraard ook. Dit alles terwijl snel en liefdevol water en druivensuiker door mijn zoon worden aangereikt. Mijn vrouw komt aangerend met een handdoek en droog shirt en biedt een welverdiende massage aan. Na het douchen uiteraard. De doorweekte muts wordt met een vies gezicht en gestrekte arm tussen duim en wijsvinger van mij aangenomen. Bovendien wordt de afstandsbediening van de televisie als een trofee aangereikt. De verloren zoon is weer thuis. Na een prestatie van jewelste! Maar wat een spierpijn zal ik morgen hebben.